ECLI:NL:RBSGR:2010:BP1440
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- I.D. Bellaart
- H.S. Wiarda
- K.M. Braun
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kinderrechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker heeft de kinderrechter gewraakt wegens vermeende vooringenomenheid, gebaseerd op opmerkingen tijdens een zitting waarbij de behandeling van een strafzaak werd aangehouden. Verzoeker stelde dat de kinderrechter impliciet al een oordeel had gevormd ondanks het aanhouden van de zaak.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld waarbij verzoeker, zijn raadsvrouw en de kinderrechter aanwezig waren, maar de officier van justitie niet. De kinderrechter heeft toegelicht dat zijn opmerkingen bedoeld waren om het belang van nader onderzoek te benadrukken en dat het beschikbare bewijs onvoldoende overtuigend was om tot een vonnis te komen.
De rechtbank overweegt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat slechts bij uitzonderlijke omstandigheden een gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid kan bestaan. De gebruikte bewoordingen van de kinderrechter, in combinatie met zijn beslissing tot aanhouding van de zaak, rechtvaardigen deze vrees niet.
Daarom wordt het wrakingsverzoek afgewezen en wordt het proces voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het verzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kinderrechter wordt afgewezen en het proces wordt voortgezet.