ECLI:NL:RBSGR:2010:BP1148
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ingangsdatum verblijfsvergunning medische noodsituatie en vernietiging besluit
Eiser diende op 1 juni 2006 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier vanwege medische noodsituatie. Verweerder wees dit aanvankelijk af, waarna eiser bezwaar en beroep instelde. Na eerdere procedures verleende verweerder op 13 oktober 2009 alsnog een verblijfsvergunning met ingang van 7 oktober 2009, gebaseerd op een brief van de psychiater van 6 oktober 2009.
De rechtbank oordeelt dat eiser reeds met een brief van zijn gemachtigde van 19 oktober 2006 heeft aangetoond dat hij niet kon reizen vanwege zijn ernstige medische situatie, die sindsdien niet is gewijzigd. Verweerder had daarom niet mogen concluderen dat de voorwaarden pas op 7 oktober 2009 waren vervuld. Het bestreden besluit berust op een ontoereikende grondslag en wordt vernietigd.
De rechtbank voorziet zelf in de zaak en bepaalt dat de verblijfsvergunning met ingang van 20 oktober 2006 moet worden verleend. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter H.C. Greeuw op 31 december 2010.
Uitkomst: Het besluit van 13 oktober 2009 wordt vernietigd en eiser krijgt met ingang van 20 oktober 2006 een verblijfsvergunning vanwege medische noodsituatie.