ECLI:NL:RBSGR:2010:BO9701
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren bewaring en redelijk vooruitzicht op verwijdering vreemdeling
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, is op 5 november 2010 in bewaring gesteld vanwege zijn vreemdelingenstatus. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze bewaring en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft eerder een beroep tegen de bewaring ongegrond verklaard en beoordeelt thans of het voortduren van de bewaring sinds het sluiten van het onderzoek op 17 november 2010 rechtmatig is.
De kern van het geschil is of er een redelijk vooruitzicht bestaat op verwijdering van eiser, zoals bedoeld in artikel 15 van Pro Richtlijn 2008/115/EG. De aanvraag voor een laissez passer is op 4 mei 2010 ingediend bij de Marokkaanse autoriteiten en sinds 21 juni 2010 in onderzoek. Verweerder heeft verklaard dat ook na langere onderzoekstijd een laissez passer kan worden afgegeven. Gezien de tijd die eiser in bewaring heeft doorgebracht en het onderzoek, acht de rechtbank het redelijk dat verwijdering kan slagen.
Daarnaast is van belang dat eiser niet de vereiste medewerking verleent aan zijn verwijdering. Hij blijft volhouden dat hij uit Algerije komt, terwijl een herkomstindicatie van 26 november 2010 hem herleidt tot een spraakgemeenschap binnen Marokko. De rechtbank vindt de onderbouwing van eiser onvoldoende om deze indicatie te weerleggen.
Gelet op deze omstandigheden verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de bewaring wordt ongegrond verklaard vanwege het redelijk vooruitzicht op verwijdering.