ECLI:NL:RBSGR:2010:BO9371
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering gelijkheidsbeginsel bij bekering Iraanse vreemdelingen
Eisers, drie Iraanse vreemdelingen, hebben herhaalde aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, waarbij zij stelden dat hun bekering tot het christendom in Nederland een nieuw feit of veranderde omstandigheid is die hen bescherming zou moeten bieden. De rechtbank oordeelt dat voor twee van hen, eiser 1 en eiseres, de bekering inderdaad een nieuw feit is, maar dat zij geen gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op een met artikel 3 EVRM Pro verboden behandeling hebben aangetoond.
De rechtbank wijst het beroep van eiser 2 af omdat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich heeft bekeerd tot het christendom en er geen bijzondere omstandigheden zijn die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen. De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat de situatie in Iran voor bekeerde christenen zorgwekkend is, maar dat dit niet automatisch leidt tot recht op asiel.
Wel vernietigt de rechtbank de besluiten van 28 september 2009 voor eiser 1 en eiseres omdat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het gelijkheidsbeginsel niet slaagt, terwijl in andere zaken met vergelijkbare ongeloofwaardigheid van het asielrelaas wel vergunningen zijn toegekend. Verweerder wordt opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak en wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser 1 en eiseres.
Uitkomst: De besluiten tot afwijzing van de verblijfsvergunningen voor eiser 1 en eiseres worden vernietigd wegens onvoldoende motivering, het beroep van eiser 2 wordt ongegrond verklaard.