ECLI:NL:RBSGR:2010:BO8306
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.D.J. van Reenen-Stroebel
- C. Fetter
- B. Dedden
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voorwaarde betaling werkgeversdeel pensioenpremie bij buitengewoon verlof militaire ambtenaar
Eiser, een militaire ambtenaar, kreeg buitengewoon verlof zonder behoud van inkomsten voor drie jaar. Verweerder stelde als voorwaarde dat eiser zowel het werknemers- als het werkgeversdeel van de pensioenpremie moest betalen. Eiser maakte bezwaar en stelde dat het verlof op een onjuiste grondslag was verleend en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat burgerambtenaren in vergelijkbare situaties het werkgeversdeel niet hoeven te betalen.
De rechtbank oordeelde dat OCCAR niet als een volkenrechtelijke organisatie kan worden aangemerkt, zodat het verlof terecht is verleend op grond van artikel 87, eerste lid, AMAR. De rechtbank vond het onderscheid in behandeling tussen militaire en burgerlijke ambtenaren gerechtvaardigd vanwege hun verschillende posities binnen de krijgsmacht.
Verweerder toonde aan dat eerdere beslissingen waarbij het werkgeversdeel werd betaald fouten waren en dat het beleid is om beide premiedelen te verhalen. De rechtbank vond dat het gelijkheidsbeginsel niet vereist dat verweerder deze fouten herhaalt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de voorwaarde tot betaling van het werkgeversdeel van de pensioenpremie is ongegrond verklaard.