ECLI:NL:RBSGR:2010:BO7375
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vrijheidsontnemende maatregel wegens ontbreken zicht op uitzetting binnen redelijke termijn
Eiser is op 6 april 2010 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen de voortzetting van deze vrijheidsontnemende maatregel. De rechtbank heeft onderzocht of er zicht is op uitzetting van eiser naar Algerije binnen een redelijke termijn.
Uit de door verweerder verstrekte gegevens blijkt dat er in 2008 en 2009 respectievelijk 10 en 15 laissez-passer (lp’s) zijn afgegeven door de Algerijnse autoriteiten, ondanks honderden aanvragen. In 2010 zijn tot 1 augustus geen lp’s afgegeven, wel vijf nationaliteitsverklaringen. Verweerder kon niet duidelijk maken waarom geen lp’s werden afgegeven, wanneer dat weer zou gebeuren, of hoe groot de kans is dat een nationaliteitsverklaring leidt tot een lp.
De rechtbank concludeert dat na ruim 3,5 maand sinds afgifte van een nationaliteitsverklaring voor eiser, het zicht op uitzetting ontbreekt. Voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel is daarom onrechtmatig en niet gerechtvaardigd. De rechtbank beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring en kent schadevergoeding toe vanaf de datum van het beroep. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring wegens ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.