ECLI:NL:RBSGR:2010:BO7371
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting binnen redelijke termijn
Eiser is op 24 november 2009 in vreemdelingenbewaring gesteld en heeft tegen de voortzetting daarvan beroep ingesteld. Op 4 juni 2010 is een nationaliteitsverklaring door Surinaamse autoriteiten afgegeven, gevolgd door een presentatie in persoon op 16 juni 2010. Ondanks dat meer dan 110 dagen na presentatie zijn verstreken, is er geen noodpaspoort verstrekt, wat volgens eiser betekent dat er geen zicht op uitzetting is.
Verweerder stelt dat er wel zicht op uitzetting is, omdat de nationaliteit bevestigd is en een noodpaspoort zal worden verstrekt, maar dat de snelheid van dit proces buiten zijn invloed ligt. De rechtbank constateert dat verweerder geen aannemelijk inzicht heeft gegeven binnen welke termijn het nog gerechtvaardigd is een noodpaspoort te verstrekken, terwijl de presentatie reeds 12 dagen na nationaliteitsbevestiging plaatsvond.
De rechtbank concludeert dat de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel niet gerechtvaardigd is en beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank beveelt onmiddellijke opheffing van de vreemdelingenbewaring wegens ontbreken van zicht op uitzetting binnen redelijke termijn.