ECLI:NL:RBSGR:2010:BO7271
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewaring vreemdeling in afwachting van uitzetting naar Irak
De Minister voor Immigratie en Asiel legde op 18 november 2010 een maatregel van bewaring op aan eiser, een Iraakse vreemdeling, wegens het vermoeden van onttrekking aan uitzetting. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep en beoordeelde of de bewaring in strijd was met de wet en of deze redelijkerwijs gerechtvaardigd was.
Eiser voerde aan dat er op het moment van inbewaringstelling geen zicht was op uitzetting naar Irak vanwege een opschorting door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) tot 24 november 2010. Ook na die datum was volgens eiser geen zicht op uitzetting, omdat het EHRM interim maatregelen zou toewijzen bij verzoeken. Daarnaast stelde eiser dat de bewaring onrechtmatig was omdat op dezelfde dag als zijn herhaalde asielaanvraag een laissez passer (lp)-aanvraag bij de Iraakse autoriteiten was ingediend, wat zijn belangen schaadde. Tevens wees eiser op zijn slechte psychische gesteldheid.
De rechtbank oordeelde dat de periode zonder uitzetting tot 24 november 2010 te kort was om te concluderen dat er geen zicht op uitzetting was. Ook na 24 november 2010 was er volgens de rechtbank zicht op uitzetting, mede gelet op brieven van het EHRM en de Nederlandse regering. De stelling van eiser dat het EHRM automatisch een interim measure zou toewijzen, werd als speculatief afgewezen. De rechtbank stelde vast dat het indienen van een lp-aanvraag op dezelfde dag als de herhaalde asielaanvraag niet onrechtmatig was, mede omdat de lp-aanvraag waarschijnlijk vóór kennisname van de asielaanvraag was ingediend en dat het beleid dit niet uitsluit. De psychische gesteldheid van eiser was onvoldoende onderbouwd om de bewaring onrechtmatig te verklaren.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.