ECLI:NL:RBSGR:2010:BO7251
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken vrees voor onttrekking aan uitzetting
Eiser, een Chinese nationaliteit dragende vreemdeling, is op 23 november 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld met het oog op zijn uitzetting naar China. Ondanks eerdere inbewaringstelling en een afgewezen asielaanvraag heeft eiser zich steeds gehouden aan zijn meldplicht. De rechtbank constateert dat verweerder geen concrete wijziging van omstandigheden heeft aangevoerd die het toepassen van vreemdelingenbewaring rechtvaardigen.
De rechtbank stelt vast dat er zicht is op uitzetting naar China, mede vanwege de afgifte van laissez-passer documenten door de Chinese autoriteiten in 2010. Echter, het standpunt van verweerder dat vreemdelingenbewaring noodzakelijk is wegens vrees voor onttrekking wordt verworpen omdat eiser zich consequent aan de meldplicht heeft gehouden, een bewezen effectief lichter middel.
De rechtbank oordeelt dat vreemdelingenbewaring slechts kan worden toegepast indien er een reële vrees bestaat dat de vreemdeling zich zal onttrekken aan uitzetting. Omdat deze vrees ontbreekt en verweerder geen gewijzigde omstandigheden heeft aangedragen, is de bewaring onrechtmatig. Het beroep wordt gegrond verklaard, de bewaring wordt opgeheven per 7 december 2010 en eiser wordt een schadevergoeding van €955,00 toegekend wegens onrechtmatige bewaring.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van vrees voor onttrekking en eiser krijgt een schadevergoeding van €955,00.