ECLI:NL:RBSGR:2010:BO7198
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende bewijs en onbetrouwbaarheid asielrelaas uit Centraal-Irak
Eiser, afkomstig uit een dorp in Centraal-Irak, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van asiel vanwege een conflict binnen zijn familie en een valse beschuldiging van poging tot verkrachting. Hij stelde dat hij daardoor een reëel risico liep op ernstige bedreiging bij terugkeer. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser geen documenten kon overleggen ter staving van zijn identiteit en nationaliteit, en het asielrelaas niet geloofwaardig werd geacht.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk een risico loopt op vervolging of ernstige schade, mede omdat het relaas bevreemding wekte en geen positieve overtuigingskracht had. Ook het beroep op de UNHCR-richtlijnen en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens werd verworpen, omdat de situatie in de provincie Diyala niet zodanig verslechterd was dat er een reëel risico voor alle burgers zou zijn.
Verder werd het categoriaal beschermingsbeleid voor Centraal-Irak niet langer toegepast. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de aanvraag af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning wordt afgewezen.