ECLI:NL:RBSGR:2010:BO6824
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitstel vertrek ongewenst verklaarde vreemdeling wegens onvoldoende medische noodsituatie
Eiser, een Iraanse vreemdeling die bij beschikking van 11 maart 2004 ongewenst is verklaard, verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege zijn gezondheidstoestand. Verweerder wees dit verzoek af, waarna eiser bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank overwoog dat de gezondheidssituatie van een vreemdeling aanleiding kan zijn om tijdelijk geen gevolg te geven aan de uitzettingsbevoegdheid, zonder dat dit rechtmatig verblijf oplevert of de ongewenstverklaring wordt opgeheven. Het medisch advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) vormde de basis voor het besluit van verweerder. Dit advies stelde dat eiser psychische klachten heeft, maar dat er geen medische noodsituatie op korte termijn is die reizen onmogelijk maakt.
Eiser leverde onvoldoende concrete medische gegevens ter onderbouwing van zijn stelling dat het BMA-advies onjuist of verouderd zou zijn. Ook werd geen contra-expertise overlegd. De rechtbank achtte het advies van het BMA voldoende objectief en actueel, ondanks een lichte overschrijding van de geldigheidsduur. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen uitstel van vertrek heeft verleend en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard.