ECLI:NL:RBSGR:2010:BO5136
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Timmermans
- O.F. Bouwman
- I.J.K. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak ondanks bewezen kindermishandeling door crèchemedewerkster
Verdachte, werkzaam als crèchemedewerkster, heeft gedurende vier maanden herhaaldelijk een baby van 10 tot 14 maanden met het hoofd onder koud stromend water gehouden. Dit veroorzaakte bij het kwetsbare kind een hevige onlust veroorzakende lichamelijke gewaarwording, wat volgens de rechtbank een vorm van kindermishandeling is.
Getuigenverklaringen bevestigen dat het kind schrok, huilde en spartelde tijdens deze handelingen. Verdachte gaf toe dit te doen om driftbuien te stoppen, maar de rechtbank oordeelde dat dit geen geoorloofd doel was en dat verdachte zich bewust was van de ontoelaatbaarheid, gezien haar verzoek om het niet te melden.
Hoewel het feit wettig en overtuigend bewezen is en strafbaar, legde de rechtbank geen straf of maatregel op. Dit vanwege het lange tijdsverloop sinds het feit, het ontbreken van eerdere of latere justitiële contacten, het ontslag op staande voet en de toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering, die zij civiel moet afdwingen.
Uitkomst: Verdachte is schuldig bevonden aan kindermishandeling maar er is geen straf of maatregel opgelegd.