ECLI:NL:RBSGR:2010:BO5079
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar China binnen redelijke termijn
Eiseres werd op 11 november 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf en het gevaar dat zij zich aan uitzetting zou onttrekken. Zij stelde beroep in tegen deze maatregel, stellende dat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede omdat de aanvraag voor een laissez-passer (lp) bij de Chinese autoriteiten sinds maart 2009 onbeantwoord bleef.
De rechtbank overwoog dat eerdere uitspraken en recente feiten aantoonden dat sinds mei 2010 geen nieuwe lp's door de Chinese autoriteiten waren afgegeven, ondanks toezeggingen en regelmatig overleg. De lp-aanvraag van eiseres liep al ruim anderhalf jaar zonder reactie, waardoor redelijkerwijs niet verwacht kon worden dat binnen een redelijke termijn een lp zou worden verstrekt.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring onrechtmatig was en beveelde onmiddellijke opheffing. Tevens kende zij eiseres een schadevergoeding toe van €1.220 voor de onrechtmatige detentie en veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten van €874 voor rechtsbijstand. Hiermee werd het beroep gegrond verklaard en de bewaring beëindigd.
Uitkomst: De rechtbank beveelt onmiddellijke opheffing van de vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting binnen redelijke termijn.