ECLI:NL:RBSGR:2010:BO4179
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens frustratie onderzoek en onjuiste gegevens
Eiser, een Somalische asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder wees de aanvraag af op basis van frustratie van het onderzoek naar de reisroute door het verstrekken van onjuiste gegevens, wat als contra-indicatie voor statusverlening werd aangemerkt. De rechtbank beoordeelde dat hoewel eiser bewust informatie over zijn verblijf in Griekenland had achtergehouden, dit niet leidde tot een onmogelijkheid om zijn asielrelaas te beoordelen.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie waarin manipulatie van vingerafdrukken leidde tot weigering, maar stelde dat deze situatie niet vergelijkbaar was met de onderhavige zaak. Het verstrekken van onjuiste gegevens vormt geen zelfstandige afwijzingsgrond. Daarnaast concludeerde de rechtbank dat het bestreden besluit niet deugdelijk was gemotiveerd, in strijd met het motiveringsbeginsel van artikel 3:46 Awb Pro.
De rechtbank oordeelde verder dat het beroep op artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn, hoewel laat ingebracht, niet in strijd is met de goede procesorde en dat verweerder erkende dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.