ECLI:NL:RBSGR:2010:BO4146
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vreemdelingenbewaring na zes maanden bij gebrek aan zicht op uitzetting
Eiseres is op 20 april 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld en heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel. Zij voert aan dat zij rechtmatig in Nederland verblijft, een opleiding volgt en dat er geen zicht is op uitzetting omdat de autoriteiten van de Democratische Republiek Congo geen laissez-passer afgeven. Daarnaast beroept zij zich op schending van artikel 3 en Pro 8 EVRM.
De rechtbank stelt vast dat zij bij de beoordeling van het voortduren van de bewaring slechts de rechtmatigheid van de maatregel toetst en niet de onderliggende asiel- of verblijfsprocedure. De rechtbank oordeelt dat de duur van zes maanden vreemdelingenbewaring niet in strijd is met het EVRM en dat het feit dat eiseres het moeilijk heeft in detentie geen reden is voor opheffing.
Verder concludeert de rechtbank dat er geen voldoende bewijs is dat de lp-procedure bij de DRC niet zal leiden tot afgifte van een laissez-passer. Ook het argument dat eiseres recht heeft op een verblijfsvergunning wordt niet meegenomen in deze procedure. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat voortzetting van de bewaring gerechtvaardigd is omdat eiseres het onderzoek naar haar identiteit en nationaliteit frustreert.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en de bewaring wordt voortgezet.