ECLI:NL:RBSGR:2010:BO4090
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens gebrek aan geloofwaardigheid en onvoldoende bewijs herkomst
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, vroeg op 20 december 2008 een verblijfsvergunning asiel aan. Verweerder wees dit op 14 december 2009 af vanwege het ontbreken van noodzakelijke documenten en de ongeloofwaardigheid van het asielrelaas, met name over de herkomst in of nabij Herat.
De rechtbank oordeelt dat eiser toerekenbaar geen reis- of identiteitsdocumenten overlegt en dat de overgelegde kopie van een taskera geen verschoonbare omstandigheid vormt. De inconsistenties in zijn verklaringen over de plaats Polbagh Zobeida en het ontbreken van concrete kennis over zijn herkomstgebied onderbouwen het oordeel dat het asielrelaas niet geloofwaardig is.
Verder stelt de rechtbank vast dat het algemene ambtsbericht Afghanistan van juli 2010, ondanks een verslechterde veiligheidssituatie, geen uitzonderlijke omstandigheden bevat die een reëel risico op ernstige schade zoals bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn aannemelijk maken. Het bericht van Human Rights Watch van 26 juli 2010 leidt niet tot een ander oordeel over de betrouwbaarheid van het ambtsbericht.
De rechtbank concludeert dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000 en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.