ECLI:NL:RBSGR:2010:BO1779
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens onrechtmatige staandehouding en aanhouding
Eiser werd op 4 oktober 2010 staande gehouden op grond van artikel 50, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, nadat de bestuurder van de auto te hard reed. De politie sprak de inzittenden aan omdat de bestuurder in een vreemde taal met hen communiceerde. De rechtbank stelde vast dat er geen objectief redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond, waardoor de staandehouding onrechtmatig was.
De onrechtmatige staandehouding werd gevolgd door een strafrechtelijke aanhouding, die door de politierechter eveneens onrechtmatig werd geoordeeld. De ontdekking van een vals visum was een vrucht van deze onrechtmatige handelingen en mocht daarom niet worden meegewogen in de belangenafweging. Eiser werd vrijgesproken van het bezit van het vals visum.
De rechtbank concludeerde dat de belangenafweging in het voordeel van eiser uitvalt en dat de inbewaringstelling onrechtmatig was. De bewaring werd onmiddellijk opgeheven, en eiser werd een schadevergoeding van €660 toegekend. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van €874 ten behoeve van de rechtsbijstand van eiser.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring van eiser wordt opgeheven vanwege onrechtmatige staandehouding en aanhouding, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten.