ECLI:NL:RBSGR:2010:BO0850
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende nieuwe feiten
Eiser, van Sierraleoonse nationaliteit, had eerder een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gekregen en daarna een aanvraag voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd ingediend, die werd afgewezen wegens twijfel aan zijn identiteit en nationaliteit op basis van een taalanalyse. Na vernietiging en herziening van eerdere uitspraken, werd in 2009 opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat deze tweede aanvraag niet als een herhaalde aanvraag in de zin van artikel 4:6 Awb Pro kan worden beschouwd, maar dat eiser wel nieuwe feiten en omstandigheden moet aanvoeren om het eerdere, rechtens onaantastbare besluit te betwisten. Eiser bracht onder meer nieuwe documenten in, zoals een nationaliteitsverklaring, geboortebewijs, taalrapporten, medische verklaringen en werkgeversbrieven.
De rechtbank stelt vast dat deze documenten geen nieuw licht werpen op de twijfel aan de identiteit en nationaliteit van eiser, mede omdat het geboortebewijs gemakkelijk te verkrijgen is en niet betrouwbaar is, en de nationaliteitsverklaring niet de taalanalyse weerlegt. Medische klachten en werkgeversverklaringen zijn niet relevant voor de asielprocedure. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het eerdere besluit van 8 maart 2007.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het eerdere besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel blijft in stand.