ECLI:NL:RBSGR:2010:BO0829
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening
Verzoekster diende elf weken na het wijzen van een tussenvonnis een schriftelijk verzoek tot wraking in tegen de rechter die het vonnis had gewezen. Volgens artikel 37 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering moet een wrakingsverzoek worden ingediend zodra de feiten en omstandigheden bekend zijn.
De rechtbank stelde vast dat verzoekster omstreeks de datum van het vonnis bekend had moeten zijn met de feiten, maar het wrakingsverzoek pas elf weken later indiende zonder geldige reden voor de vertraging. De rechtbank concludeerde daarom dat verzoekster niet-ontvankelijk is in haar verzoek.
Tijdens de mondelinge behandeling was verzoekster niet aanwezig en haar verzoek om aanhouding werd afgewezen. De rechtbank bepaalde dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door drie rechters en griffier op 29 september 2010.
Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar wrakingsverzoek wegens te late indiening.