ECLI:NL:RBSGR:2010:BO0054
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. de Gans
- F.H.J.G. Brekelmans
- C. Vogtschmidt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij misdrijven in Afghanistan
Eiser, voormalig garnizoenscommandant van Jumbush-i-Milli in Hayratan, werd door verweerder ongewenst verklaard op grond van vermoedens van betrokkenheid bij ernstige mensenrechtenschendingen en misdrijven zoals intimidaties, afpersingen en buitengerechtelijke executies.
Verweerder baseerde zijn besluit op ambtsberichten waarin de militie van generaal Dostum werd beschuldigd van terreur en geweld in Noord-Afghanistan. Eiser betwistte niet dat dergelijke gedragingen plaatsvonden, maar ontkende persoonlijke betrokkenheid of dat zijn garnizoen zich schuldig maakte aan deze misdrijven.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had verricht naar de specifieke rol van eiser en zijn garnizoen, met name omdat het gebied rond Hayratan als relatief veilig werd beschouwd en er aanwijzingen waren dat hulp aan VN-instellingen werd geboden. Ook de vermeende deelname van eiser aan ondervragingen werd onvoldoende onderbouwd.
Daarom concludeerde de rechtbank dat er geen ernstige redenen waren om te veronderstellen dat eiser zich schuldig had gemaakt aan misdrijven in de zin van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de ongewenstverklaring wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij misdrijven en beveelt nader onderzoek.