ECLI:NL:RBSGR:2010:BO0053
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.J.G. Brekelmans
- J. de Gans
- C. Vogtschmidt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens schending Anti-Folterverdrag en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Eiser, een Bosnische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees dit af op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, omdat eiser ernstige mensenrechtenschendingen zou hebben gepleegd, waaronder foltering van krijgsgevangenen. Tijdens een aanvullend gehoor erkende eiser mishandeling van gevangenen met het doel bekentenissen af te dwingen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht aannam dat eiser opzettelijk hevige pijn heeft toegebracht en daarmee in strijd handelde met het Anti-Folterverdrag. Hoewel eiser stelde dat de bronnen niet objectief waren en dat het mishandelen beperkt was, vond de rechtbank deze argumenten onvoldoende.
Daarnaast stelde verweerder dat eiser geen verblijfsvergunning kon krijgen omdat hij niet voldeed aan het duurzaamheidsvereiste van artikel 3 EVRM Pro, mede omdat hij geen inspanningen had verricht om verblijf elders te zoeken. De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit niet onrechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard vanwege ernstige redenen te vermoeden dat eiser foltering heeft gepleegd en niet voldoet aan het duurzaamheidsvereiste.