ECLI:NL:RBSGR:2010:BN9988
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende duurzame middelen van bestaan en onevenredige legesheffing
Eiseres, een Turkse staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd om bij haar echtgenoot te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat haar echtgenoot, de referent, over voldoende en duurzame middelen van bestaan beschikte uit zelfstandige arbeid. Eiseres overhandigde tegenstrijdige inkomensverklaringen, die onvoldoende werden toegelicht, waardoor verweerder de aanvraag terecht kon weigeren.
Eiseres voerde aan dat de aanvraag als verlenging van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) moest worden beschouwd en dat de weigering in strijd was met de Gezinsherenigingsrichtlijn. De rechtbank oordeelde dat het mvv-stelsel niet in strijd is met die richtlijn en dat de aanvraag geen verlengingsaanvraag was. Ook werd geoordeeld dat de weigering niet in strijd was met artikel 8 EVRM Pro, aangezien geen positieve verplichting tot verblijf bestond.
Verder stelde eiseres dat de legesheffing van €188 onevenredig was ten opzichte van de €30 die aan EU-burgers werd gevraagd. De rechtbank oordeelde dat eiseres zich terecht kon beroepen op artikel 41 van Pro het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst, aangezien haar echtgenoot als zelfstandige arbeid verrichtte. De legesheffing werd daarom vernietigd voor zover deze hoger was dan €30, en verweerder werd bevolen het teveel betaalde bedrag met rente te vergoeden.
Ten aanzien van de overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van de procedure werd het onderzoek heropend voor een nadere uitspraak over schadevergoeding. De rechtbank veroordeelde verweerder tevens in de proceskosten van €322.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard, het besluit vernietigd voor de leges boven €30, en de aanvraag afgewezen wegens onvoldoende duurzame middelen van bestaan.