ECLI:NL:RBSGR:2010:BN9940
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot verrekening van te lang gezeten voorlopige hechtenis ligt bij strafrechter
Eiser is in twee strafzaken veroordeeld: in zaak 1 tot een gevangenisstraf en werkstraffen, in zaak 2 tot een gevangenisstraf waarvoor hij langer in voorlopige hechtenis heeft gezeten dan de opgelegde straf. Eiser verzocht de Staat om de 55 dagen te lang gezeten voorlopige hechtenis te verrekenen bij de tenuitvoerlegging van de werkstraf uit zaak 1.
De Staat weigerde deze verrekening zonder rechterlijke uitspraak. Eiser startte daarop een kort geding met de vordering tot verrekening. De voorzieningenrechter oordeelde dat de bevoegdheid tot verrekening van straffen exclusief bij de strafrechter ligt en niet bij het openbaar ministerie of de civiele rechter. Daarnaast was de omzetting van de werkstraf in vervangende hechtenis onherroepelijk geworden omdat eiser geen bezwaar had gemaakt.
De voorzieningenrechter wees daarom de vordering van eiser af en veroordeelde hem in de proceskosten. De beslissing bevestigt dat administratieve verrekening van strafdagen buiten de strafrechter om niet mogelijk is, ook niet in bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: De vordering tot verrekening van te lang gezeten voorlopige hechtenis wordt afgewezen omdat deze bevoegdheid exclusief bij de strafrechter ligt.