ECLI:NL:RBSGR:2010:BN8746
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.J. Hoekstra - van Vliet
- M. Rootring
- C.L. Strop
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding minderjarige kinderen naar Verenigde Staten wegens ongeoorloofde achterhouding
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek tot teruggeleiding van twee minderjarige kinderen naar de Verenigde Staten, ingediend door de moeder via de Centrale Autoriteit. De vader hield de kinderen ongeoorloofd achter in Nederland. De rechtbank stelde vast dat de gewone verblijfplaats van de kinderen voorafgaand aan de achterhouding in de VS was, mede vanwege berusting van de vader na eerdere procedures.
De vader voerde verschillende weigeringsgronden aan op basis van artikel 13 van Pro het Haags Kinderontvoeringsverdrag, waaronder berusting, risico op gevaar en verzet van de kinderen. De rechtbank verwierp deze gronden, omdat de vader niet voldoende onderbouwde dat er een ernstig risico bestond voor de kinderen en het verzet van één kind niet rijp genoeg was om mee te wegen, terwijl het andere kind haar mening wel kon uiten maar haar bezwaren onvoldoende zwaarwegend waren.
De rechtbank gelastte de onmiddellijke terugkeer van de minderjarigen naar de VS uiterlijk 1 oktober 2010, met een bevel tot afgifte van geldige reisdocumenten indien de vader niet zelf overging tot terugbrenging. Tevens werd een onkostenvergoeding aan de moeder toegekend. De uitspraak bevestigt het belang van snelle terugkeer bij internationale kinderontvoering en de restrictieve toepassing van weigeringsgronden.
Uitkomst: De rechtbank gelast de terugkeer van de minderjarige kinderen naar de Verenigde Staten uiterlijk 1 oktober 2010.