ECLI:NL:RBSGR:2010:BN7654
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Vink
- J.P.F. Slijpen
- I. Obbink-Reijngoud
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslagen en vergrijpboetes inkomstenbelasting na onvoldoende bewijs geldleningen
Eiser, van Albanese afkomst en ondernemer met een café in Rotterdam, werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen en vergrijpboetes voor de jaren 2004 en 2005. De inspecteur stelde dat eiser niet-verantwoorde inkomsten uit het café en handel in verdovende middelen had genoten, wat leidde tot correcties van het belastbaar inkomen. Eiser voerde aan dat de inkomsten afkomstig waren uit geldleningen, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken.
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast bij eiser lag om het bestaan van de geldleningen te bewijzen. De overgelegde leningsovereenkomsten en verklaringen werden niet overtuigend geacht, mede vanwege onzakelijke elementen, het ontbreken van rente en zekerheden, en het niet melden van leningen in de aangiften. Daarnaast werd vastgesteld dat eiser opzettelijk onjuiste aangiften had gedaan.
De rechtbank vond de correcties van de inspecteur grotendeels redelijk, maar matigde deze op twee punten wegens onvoldoende onderbouwing van de verbouwingskosten en negatieve privé-bestedingen. De vergrijpboetes werden verminderd tot 45 procent vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De beroepen werden gegrond verklaard, de aanslagen en boetes verminderd, en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen en vergrijpboetes worden verminderd wegens onvoldoende bewijs van geldleningen en onredelijke correcties.