ECLI:NL:RBSGR:2010:BN6032
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en belangenafweging bij vreemdelingenbewaring
Eiser, een Congolese vreemdeling, werd op 24 juni 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat hij onrechtmatig langer dan 120 uren in een politiecel had verbleven en dat zijn voorkeursadvocaat niet was geïnformeerd over de bewaring. Tevens voerde hij aan dat de belangenafweging bij het opleggen van de maatregel ontbrak.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet langer dan vijf dagen op een politiebureau verbleef en dat de strafrechtelijke detentie voorafgaand aan de vreemdelingenbewaring niet bij de berekening mocht worden betrokken. De gronden voor de bewaring, waaronder het ontbreken van identiteitspapieren, geen vaste verblijfplaats en het niet naleven van vertrektermijnen, waren voldoende en konden aan eiser worden tegengeworpen.
Hoewel de voorkeursadvocaat niet tijdig werd geïnformeerd, werd eiser kort na de bewaring bezocht door een piketadvocaat die zijn gemachtigde informeerde. De rechtbank vond dat deze procedurele tekortkoming niet leidde tot onrechtmatigheid van de bewaring. Verder ontbrak een kenbare belangenafweging in de maatregel, wat een motiveringsgebrek opleverde, maar gezien de omstandigheden en het gedrag van eiser was dit niet voldoende om de bewaring op te heffen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.