ECLI:NL:RBSGR:2010:BN5497
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onbevoegde intrekking van ambtshalve verleende verblijfsvergunning wegens onjuiste gegevens
Eiser ontving op grond van de Regeling ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Verweerder trok deze vergunning met terugwerkende kracht in wegens het verstrekken van onjuiste personalia. De rechtbank onderzocht of artikel 18, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 in samenhang met artikel 19 een Pro rechtsgeldige grondslag biedt voor intrekking van een ambtshalve verleende vergunning.
De rechtbank oordeelde dat deze wettelijke bepalingen uitsluitend zien op vergunningen op aanvraag en niet op ambtshalve verleende vergunningen. De situatie wijkt af van eerdere jurisprudentie betreffende alleenstaande minderjarige asielzoekers, omdat de Regeling inhoudelijk losstaat van een asielaanvraag. Verweerder kon het toepassingsbereik van de intrekkingsgrond niet beleidsmatig uitbreiden.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Hierdoor blijft eiser in het bezit van zijn verblijfsvergunning. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot intrekking en herroept het primaire besluit, waardoor eiser zijn verblijfsvergunning behoudt.