ECLI:NL:RBSGR:2010:BN4883
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens onrechtmatige overheidsdaad geluidwerende voorzieningen
JVI Vastgoed Investments III B.V. vordert vergoeding van kosten voor het plaatsen van kunststof kozijnen met geluidsisolerende beglazing en daaraan gerelateerde kosten, omdat de Staat volgens haar onrechtmatig heeft gehandeld door toezeggingen niet na te komen en het aanbod voor geluidwerende voorzieningen niet redelijk was.
De Staat stelde zich op het standpunt dat het besluit van 13 juni 2002, waarin werd besloten niet over te gaan tot het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen, formele rechtskracht heeft en dat de bevoegdheid van de minister gebonden was aan tijdige ondertekening van het aanbod. De rechtbank oordeelde dat de toezeggingen waarop JVI zich beroept niet zijn komen vast te staan en dat er geen overeenkomst tot stand is gekomen. Ook was het aanbod van de Staat binnen de kaders van de Regeling geluidwerende voorzieningen 1997 (RGV) en redelijk geacht.
De rechtbank concludeerde dat de vordering niet kon slagen omdat de Staat niet gehouden was verder te gaan dan de RGV voorschrijft, geen onrechtmatig handelen is vastgesteld en de formele rechtskracht van het bestuursrechtelijke besluit niet in de weg staat aan de civiele procedure. De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen en JVI wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering van JVI tot schadevergoeding wegens onrechtmatige overheidsdaad wordt afgewezen.