ECLI:NL:RBSGR:2010:BN4842
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt recht van Staat tot beëindiging en heraanbesteding bij wezenlijke wijzigingen
De Staat hield een niet-openbare aanbesteding voor de renovatie van een gebouw in Den Haag, waarbij Breijer Bouw de laagste inschrijving had voor perceel 1. De Staat besloot de aanbesteding te beëindigen vanwege overschrijding van het budget en nieuwe wensen, zoals de toevoeging van multifunctionele ruimten. Vervolgens werd het project met wezenlijke wijzigingen opnieuw aanbesteed.
Breijer Bouw vorderde onder meer inzage in de directiebegroting en stelde dat de Staat onrechtmatig had gehandeld door de aanbesteding te beëindigen en het werk niet aan haar te gunnen. De rechtbank oordeelde dat de Staat gerechtigd was de procedure te beëindigen en opnieuw aan te besteden vanwege de aanzienlijke meer- en minderwerken die samen circa 25% van de oorspronkelijke aanneemsom bedroegen.
De rechtbank verwierp het beroep op precontractuele goede trouw en vond de termijn van zes weken tussen besluit en mededeling aan Breijer Bouw redelijk. De vorderingen van Breijer Bouw werden afgewezen, evenals de aanspraken op schadevergoeding en kostenvergoeding. Breijer Bouw werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de Staat niet onrechtmatig heeft gehandeld door de aanbestedingsprocedure te beëindigen en het project met wezenlijke wijzigingen opnieuw aan te besteden, en wijst de vorderingen van Breijer Bouw af.