ECLI:NL:RBSGR:2010:BN2049
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning op grond van ononderbroken verblijf sinds 1 april 2001
Eiser heeft op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet een verblijfsvergunning aangevraagd. Verweerder heeft dit geweigerd omdat eiser niet aannemelijk zou hebben gemaakt dat hij sinds 1 april 2001 ononderbroken in Nederland verbleef. Verweerder baseerde zich op het feit dat eiser op 28 december 2000 een asielaanvraag in België had ingediend en dat hij op 20 september 2001 in Nederland werd staande gehouden, waarbij hij verklaarde slechts kort in België te zijn geweest.
Eiser overlegt een burgemeestersverklaring waaruit blijkt dat hij gedurende het gehele jaar 2006 in Nederland verbleef. De rechtbank oordeelt dat op grond van het beleid ononderbroken verblijf sinds 1 april 2001 moet worden aangenomen tenzij verweerder aannemelijk maakt dat dit niet het geval is. Verweerder heeft dit niet voldoende gedaan. Het enkele feit van een asielaanvraag in België en de staandehouding in Nederland zijn onvoldoende om aan te nemen dat eiser niet ononderbroken in Nederland verbleef.
De rechtbank vernietigt het besluit van 3 juni 2009 en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van € 644,- en gelast vergoeding van het griffierecht van € 150,- aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 3 juni 2009 wordt vernietigd; verweerder moet een nieuw besluit nemen.