ECLI:NL:RBSGR:2010:BN0537
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank inzake immuniteit procesdeelnemers Iran-US Claims Tribunal
Eiser stelde dat gedaagden, die als deskundigen en vertegenwoordigers optraden bij het Iran-US Claims Tribunal (IUSCT), tekortgeschoten zijn in hun verplichtingen en vorderde schadevergoeding. Gedaagden beriepen zich op immuniteit op grond van volkenrecht en een bilaterale afspraak tussen Nederland en het IUSCT, waardoor zij bescherming genieten tegen juridische procedures over verklaringen en bewijsstukken die aan het tribunaal zijn overgelegd.
De rechtbank onderzocht ambtshalve of zij bevoegd was kennis te nemen van de zaak. De briefwisseling tussen Nederland en het IUSCT, een verdrag, verleent immuniteit aan procesdeelnemers voor verklaringen en bewijs aan het tribunaal, maar niet voor besprekingen voorafgaand aan zittingen. De rechtbank oordeelde dat zij onbevoegd is de vordering te behandelen voor zover deze ziet op verklaringen en documenten aan het IUSCT, maar wel bevoegd is voor het verwijt dat gedaagde afwezig was bij besprekingen voorafgaand aan een zitting.
Het beroep op immuniteit werd niet verworpen wegens het late tijdstip van het verweer of andere procesrechtelijke argumenten. Ook het argument dat de beslissing van het IUSCT definitief en bindend is, leidde niet tot onbevoegdheid van de rechtbank. De beslissing over de proceskosten in het incident werd aangehouden tot het eindvonnis in de hoofdzaak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd voor de meeste vorderingen wegens immuniteit, behalve voor het verwijt over besprekingen voorafgaand aan de zitting.