ECLI:NL:RBSGR:2010:BM9295
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongewenstverklaring vreemdeling en toepassing Ranov-regeling in aparte procedure
Eiser is bij besluit ongewenst vreemdeling verklaard vanwege eerdere veroordelingen. Het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard, waarna eiser beroep instelde. De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het besluit over de Ranov-regeling niet-ontvankelijk is omdat eiser eerst bezwaar had moeten maken. De vraag of eiser in aanmerking komt voor de Ranov-regeling dient in een aparte procedure te worden beoordeeld en kan niet worden betrokken bij de proportionaliteitstoets van de ongewenstverklaring.
Eiser voerde aan dat de strafrechtelijke documentatie onduidelijk was en dat zijn familiebanden, met name met zijn broer, een beroep op artikel 8 EVRM Pro rechtvaardigen. De rechtbank oordeelt dat de band tussen eiser en zijn broer niet uitstijgt boven normale emotionele familiebanden en dat eiser niet voldoende heeft aangetoond dat hij financieel of emotioneel afhankelijk is. De medische omstandigheden van eiser zijn onvoldoende onderbouwd om een beschermwaardig gezinsleven aan te nemen.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot ongewenstverklaring en verklaart het beroep ongegrond. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State staat open.
Uitkomst: Beroep tegen Ranov-regeling niet-ontvankelijk; beroep tegen ongewenstverklaring ongegrond verklaard.