ECLI:NL:RBSGR:2010:BM8908
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot opheffing executoriaal beslag op levensverzekering wegens verstrijken wettelijke termijn
De man vordert opheffing van het executoriaal beslag dat de vrouw heeft gelegd op zijn levensverzekering wegens achterstallige partneralimentatie. Hij stelt dat zijn financiële situatie is verslechterd en dat het afkopen van de levensverzekering leidt tot kapitaalvernietiging, mede omdat hij in hoger beroep is tegen de vastgestelde alimentatie.
De vrouw heeft executoriaal beslag gelegd en een zwaarwegend belang bij executie, omdat de man in gebreke is met betaling en andere pogingen tot verhaal geen succes hadden. De wettelijke termijn van twee weken voor het instellen van een verbod tot afkoop is aan de zijde van de man verstreken, waardoor zijn vordering niet ontvankelijk is.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw een te respecteren belang heeft bij executie en dat de wettelijke termijn als vervaltermijn moet worden beschouwd. De vordering van de man wordt daarom afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het executoriaal beslag op de levensverzekering wordt afgewezen wegens het verstrijken van de wettelijke termijn en het belang van de vrouw bij executie.