ECLI:NL:RBSGR:2010:BM7620
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding noodzakelijke kosten derde fase contra-expertise taalanalyse in asielprocedure
Eiser, een asielzoeker, verzocht om vergoeding van kosten voor de derde fase van een contra-expertise op een taalanalyse uitgevoerd door het Bureau Land en Taal (BLT). Verweerder, het COA, had een interne richtlijn die de vergoeding voor deze fase maximeerde op €300, terwijl eiser kosten van €520 tot €820 opvoerde.
De rechtbank overwoog dat alleen kosten die direct samenhangen met de beoordeling van het weerwoord van het BLT als noodzakelijk kunnen worden aangemerkt. Verweerder mocht een tijdsbesteding van drie uur en een uurloon van €75 tot €100 als redelijke basis nemen. Eiser slaagde er niet in aan te tonen dat in zijn specifieke geval meer kosten noodzakelijk waren.
Verder oordeelde de rechtbank dat de interne richtlijn van verweerder geen beleidsregel is maar een vaste gedragslijn die gevolgd mag worden mits voldoende gemotiveerd. De rechtbank verwierp ook het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat er geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beperking van de vergoeding voor de derde fase van de contra-expertise op €300 wordt ongegrond verklaard.