ECLI:NL:RBSGR:2010:BM5291
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot teruggeleiding minderjarige uit Nederland naar Duitsland in internationale kinderontvoeringszaak
De vader bracht zijn minderjarige kinderen vanuit Duitsland naar de grootmoeder in Nederland met de afspraak ze op 20 april 2009 op te halen. De rechtbank stelt vast dat er geen verplichting was voor de grootmoeder om de kinderen terug te brengen.
De vader heeft tussen 20 april en 25 mei 2009 geen concrete stappen ondernomen om de kinderen op te halen, noch heeft hij een derde daartoe gemachtigd. De rechtbank concludeert dat er geen sprake is van ongeoorloofde achterhouding zoals bedoeld in artikel 3 van Pro het Haagse Kinderontvoeringsverdrag.
Hoewel de vader meldde dat de grootmoeder dreigde de politie in te schakelen, weerhield dit hem niet van het inschakelen van derden. De voorlopige voogdij werd op 25 mei 2009 aan Bureau Jeugdzorg toegewezen, waardoor een juridische basis voor het verblijf van de kinderen bij de grootmoeder ontstond. Het verzoek tot teruggeleiding van de minderjarige [E] wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot teruggeleiding van de minderjarige [E] naar Duitsland wordt afgewezen wegens het ontbreken van ongeoorloofde achterhouding.