ECLI:NL:RBSGR:2010:BM4031
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens vermeende partijdigheid rechtbank
Verzoeker diende een schriftelijk wrakingsverzoek in tegen de meervoudige strafkamer van de rechtbank 's-Gravenhage, stellende dat de procesplanning op 1 maart 2010, waarbij de zaak in de ochtend en laat in de middag werd behandeld, de schijn van partijdigheid wekte. Verzoeker voerde aan dat de korte pauze tussen de zittingen en zijn medische gesteldheid de kwaliteit van zijn verdediging zou schaden.
De rechtbank behandelde het wrakingsverzoek tijdens een zitting op 1 maart 2010, waarbij ook de officier van justitie en de leden van de strafkamer aanwezig waren. De verdediging stelde dat de rechtbank efficiëntie boven zorgvuldige waarheidsvinding stelde en onvoldoende rekening hield met het belang van een goede verdediging.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek onvoldoende gegrond was omdat het slechts een procedurele beslissing betrof zonder bijkomende omstandigheden die de schijn van partijdigheid konden wekken. De rechtbank benadrukte dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel bewijzen.
Het verzoek tot wraking werd afgewezen, evenals het verzoek om toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker voorshands af te wijzen. De rechtbank vervolgde de procedure zoals gepland en vond geen aanwijzingen dat verzoeker misbruik maakte van het recht op wraking.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens gebrek aan concrete aanwijzingen voor partijdigheid.