ECLI:NL:RBSGR:2010:BM3941
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot teruggeleiding minderjarige in internationale kinderontvoeringszaak
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek tot teruggeleiding van een minderjarige geboren in Nederland naar de Verenigde Staten op grond van het Haagse Verdrag inzake internationale kinderontvoering. De vader verzocht teruggeleiding omdat hij meende dat de gewone verblijfplaats van het kind in de VS lag, terwijl de moeder stelde dat het kind permanent in Nederland verbleef.
De rechtbank overwoog dat de gewone verblijfplaats vooral feitelijk is en dat het kind sinds de geboorte in Nederland woonde met consensus van beide ouders tot september 2009 en nog steeds in Nederland verblijft. De door de vader gestelde afspraak dat het kind vanaf september 2009 in de VS zou verblijven, werd door de moeder betwist en leidde niet tot een verandering van de verblijfplaats.
Daarom oordeelde de rechtbank dat er geen sprake was van ongeoorloofde overbrenging zoals bedoeld in artikel 3 van Pro het Haagse Verdrag. Het verdrag beoogt snelle terugkeer om schadelijke gevolgen van ontvoering te beperken, maar is niet bedoeld om situaties te beschermen waarbij het kind nooit in het land van herkomst heeft gewoond.
De rechtbank wees het verzoek tot teruggeleiding af en stelde dat de moeder niet in haar verdediging was geschaad. De uitspraak werd gedaan door drie kinderrechters en kan binnen twee weken worden aangevochten bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Uitkomst: Het verzoek tot teruggeleiding van de minderjarige naar de Verenigde Staten wordt afgewezen.