ECLI:NL:RBSGR:2010:BM3619
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over uitzetting naar Griekenland wegens schending internationale verplichtingen
Verzoeker, een Iraanse asielzoeker, diende op 9 november 2009 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees deze aanvraag af op grond van de Dublinverordening, omdat Griekenland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van het asielverzoek. Verzoeker stelde dat Griekenland zijn internationale verplichtingen niet nakomt en overhandigde meerdere rapporten van onder meer Amnesty International, UNHCR en de Council of Europe.
De voorzieningenrechter oordeelde dat deze rapporten een zorgwekkend beeld schetsen van de situatie van asielzoekers in Griekenland, met name over de slechte opvang, het ontbreken van effectieve rechtsmiddelen en het risico op refoulement. De rechter stelde vast dat deze problemen ook gelden voor Dublin-repatrianten zoals verzoeker. Verweerder kon niet overtuigend aantonen dat de rapporten niet op de individuele situatie van verzoeker van toepassing zijn.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en niet deugdelijk is gemotiveerd, waardoor het vernietigd wordt. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat in de hoofdzaak reeds werd beslist. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot uitzetting naar Griekenland wordt vernietigd wegens schending van internationale verplichtingen.