ECLI:NL:RBSGR:2010:BM3128
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring vreemdeling wegens motiveringsgebrek en strijd met artikel 8 EVRM
Eiser, van Surinaamse nationaliteit, werd op grond van artikel 67 Vreemdelingenwet Pro 2000 ongewenst verklaard vanwege twee onherroepelijke veroordelingen: een voor een opiumdelict in 2005 en een voor poging tot doodslag en zware mishandeling in 2008. Verweerder had de belangenafweging gemaakt waarbij beide veroordelingen werden betrokken.
De rechtbank oordeelt dat alleen de laatste veroordeling relevant is voor de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro, verwijzend naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), waaronder de zaak Omojudi. Omdat verweerder beide veroordelingen heeft meegenomen, is sprake van een motiveringsgebrek en strijd met artikel 8 EVRM Pro.
Verder overweegt de rechtbank dat bij de belangenafweging niet alleen naar de kwalificatie van het misdrijf moet worden gekeken, maar ook naar de aard en de opgelegde straf, wat verweerder onvoldoende heeft gedaan. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen.
De rechtbank wijst de Staat aan als rechtspersoon voor de vergoeding van het griffierecht en veroordeelt verweerder in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter N.A. Vlietstra op 13 april 2010.
Uitkomst: Het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en strijd met artikel 8 EVRM.