ECLI:NL:RBSGR:2010:BM2286
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering op basis van SUWAS VUT-regeling wegens juiste toepassing reglement
Eiser, geboren in 1947 en werkzaam in de tuinbouwsector, vordert een volledige VUT-uitkering gebaseerd op zijn loon uit het derde kalenderjaar voorafgaand aan het jaar van uitkering, in plaats van de toegekende uitkering op basis van een parttime dienstverband. Hij beroept zich op artikel 21 van Pro het Uitkeringsreglement SUWAS-I, een hardheidsclausule, en stelt dat gedaagden onredelijk hebben gehandeld door geen rekening te houden met deze bepaling.
Gedaagden voeren aan dat de SUWAS-I en SUWAS-II regelingen in samenhang moeten worden bezien en dat de uitkering terecht is gebaseerd op het laatste dienstverband van 15 uur per week. De regeling is bedoeld om een inkomen tot VUT-niveau te garanderen, waarbij samenloop van uitkeringen wordt voorkomen. Het bestuur heeft discretionaire bevoegdheid om van het reglement af te wijken, maar dit is in het onderhavige geval niet onredelijk toegepast.
De kantonrechter oordeelt dat het bestuur van SUWAS bevoegd is om de regeling zodanig toe te passen dat onredelijke benadeling wordt voorkomen en dat de beslissing in lijn is met de redelijke verwachtingen. Er is geen bewijs dat eiser daadwerkelijk benadeeld wordt of dat toezeggingen zijn gedaan die een hogere uitkering rechtvaardigen. De vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.