ECLI:NL:RBSGR:2010:BM2113
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over asielaanvraag wegens onvoldoende motivering termijn tussen intentie en indiening
Verzoekster diende op 6 augustus 2009 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel in. Verweerder wees deze aanvraag af omdat Italië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling van het verzoek volgens de Dublinverordening (Verordening (EG) 343/2003). Verzoekster stelde onder meer dat de termijn tussen haar intentie om asiel aan te vragen op 22 april 2009 en de daadwerkelijke indiening op 6 augustus 2009 onredelijk lang was en dat verweerder dit niet had gemotiveerd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder niet had toegelicht waarom deze termijn van drieënhalve maand nog voldoet aan het vereiste dat de termijn zo kort mogelijk moet zijn volgens artikel 4, tweede lid, van de Verordening. Hierdoor was het bestreden besluit in strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en werd het vernietigd.
Daarnaast wees de voorzieningenrechter erop dat Italië verantwoordelijk was voor de behandeling van het asielverzoek omdat verzoekster illegaal de grens met Italië had overschreden binnen twaalf maanden voorafgaand aan haar asielaanvraag. Verzoekster voerde ook aan dat Italië zijn internationale verplichtingen niet nakomt, maar dit werd niet verder behandeld omdat het beroep gegrond werd verklaard op de motiveringsgrond.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat in de hoofdzaak werd beslist. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.F. Miedema op 7 april 2010.
Uitkomst: Het bestreden besluit is vernietigd wegens onvoldoende motivering van de termijn tussen intentie en indiening van het asielverzoek.