ECLI:NL:RBSGR:2010:BM2081
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.H.G. Odink
- M.M. Verberne
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning arbeid in loondienst wegens ontbreken geldige mvv en geen besluiten van gelijke strekking
Eisers, een Turkse familie, hadden aanvragen ingediend voor verblijfsvergunningen onder de beperking arbeid in loondienst en verblijf bij echtgenoot/ouders. De aanvragen werden door verweerder afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eisers maakten bezwaar en verzochten om voorlopige voorzieningen om uitzetting te voorkomen.
De rechtbank stelde vast dat de aanvragen van eisers afhankelijk waren van die van de vader en dat het beroep van de vader eerst beoordeeld moest worden. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit en het eerdere besluit uit 2001 niet als besluiten van gelijke strekking konden worden aangemerkt, omdat de aanvragen betrekking hadden op verschillende werkgevers en er geen aanwijzingen waren dat deze als één werkgever konden worden beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat het mvv-vereiste niet in strijd was met artikel 13 van Pro het Besluit 1/80, omdat eiser onrechtmatig Nederland was binnengekomen en nooit over een verblijfsvergunning beschikte. De hardheidsclausule werd niet van toepassing geacht omdat de aangevoerde omstandigheden niet uitzonderlijk waren. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Verder constateerde de rechtbank dat de redelijke termijn in de rechterlijke fase was overschreden en besloot het onderzoek te heropenen voor een nadere uitspraak over schadevergoeding. Verzoeken om voorlopige voorzieningen werden afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de verblijfsvergunningen worden ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorzieningen worden afgewezen.