ECLI:NL:RBSGR:2010:BM1392
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over overdracht asielzoeker aan Malta wegens onvoldoende medische onderbouwing
Verzoeker, een Somalische asielzoeker met epilepsie, werd door verweerder aangewezen als verantwoordelijk voor de behandeling van zijn asielaanvraag Malta, conform de Dublinverordening. Verzoeker betwistte deze overdracht en stelde dat Malta onvoldoende medische zorg biedt, wat een schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat Malta inderdaad verantwoordelijk is, maar dat verweerder onvoldoende heeft onderbouwd dat de medische voorzieningen in Malta adequaat en tijdig beschikbaar zijn voor verzoeker. Verzoeker gebruikte het medicijn Depakine en was onder behandeling van een neuroloog in Nederland. Uit rapporten van Artsen zonder Grenzen en een BMA-advies bleek dat medische zorg in Maltese detentiecentra ernstig tekortschiet, wat kan leiden tot levensbedreigende situaties.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd was, waardoor het in strijd is met de artikelen 3:2 en 3:46 Awb. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot overdracht aan Malta wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van de medische situatie.