ECLI:NL:RBSGR:2010:BM1237
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid economische politierechter en ne bis in idem bij overtreding diergeneesmiddelenwet
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde op 15 april 2010 een zaak tegen een verdachte die werd vervolgd voor twee feiten: het opzettelijk niet voldoen aan een vordering tot inzage in de diergeneesmiddelenadministratie en het niet bijhouden van deze administratie. De economische politierechter oordeelde dat hij bevoegd was omdat het eerste feit een commuun delict betrof en het tweede een economisch delict, die samenhingen.
Het Veterinair Tuchtcollege had verdachte reeds een geldboete en een schorsing opgelegd voor het tweede feit, wat leidde tot een botsing met het ne bis in idem-beginsel. De rechtbank verklaarde de vervolging voor het tweede feit niet-ontvankelijk vanwege deze dubbele sanctie. Voor het eerste feit was de officier van justitie wel ontvankelijk.
Verdachte was niet verschenen, maar had verweren ingediend over onbevoegdheid en niet-ontvankelijkheid. De rechtbank verwierp de onbevoegdheidsclaim en bevestigde de ontvankelijkheid voor het eerste feit. De bewezenverklaring betrof het opzettelijk niet voldoen aan een ambtelijke vordering. De rechtbank veroordeelde verdachte tot een geldboete van €1.000,-, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en vervangende hechtenis bij niet-betaling.
De rechtbank benadrukte dat de strafbepaling niets inhoudt over ontzetting uit rechten en dat de bijzondere voorwaarde die de officier van justitie had gevorderd niet werd opgelegd. De uitspraak weerspiegelt de toepassing van het ne bis in idem-beginsel binnen het strafrecht en bestuursrechtelijke tuchtrechtelijke sancties.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard voor het tweede feit en verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van €1.000,- voor het eerste feit.