ECLI:NL:RBSGR:2010:BM1128
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongewenstverklaring Turks onderdaan wegens onvoldoende motivering
Eiser, een Turks onderdaan, werd op 14 april 1997 ongewenst verklaard vanwege een veroordeling tot veertien jaar gevangenisstraf voor moord en poging tot moord. Hij werd in 2007 uitgezet naar Turkije. Eiser verzocht om opheffing van de ongewenstverklaring, waarbij hij stelde dat hij op het moment van de ongewenstverklaring verblijfsrechten had op grond van Besluit 1/80. Dit verzoek werd door verweerder afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelde dat het toetsingskader voor het verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring van een Turks onderdaan moet aansluiten bij dat voor een verwijderingsbesluit van een gemeenschapsonderdaan, indien op het moment van ongewenstverklaring verblijfsrechten bestonden. Verweerder had dit niet voldoende gemotiveerd, waardoor het bestreden besluit niet voldeed aan artikel 7:12, eerste lid, Awb en vernietigd moest worden.
Hoewel verweerder stelde dat de aanvraag binnen drie jaar na verwijdering was gedaan en geen wijziging in omstandigheden was aangetoond, zag de rechtbank geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit te wijzigen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.