ECLI:NL:RBSGR:2010:BM0567
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende transparantie bij elektronische veiling leidt tot hernieuwde aanbesteding kantoorartikelen Politie Nederland
In deze zaak draait het om een Europese openbare aanbestedingsprocedure voor kantoorartikelen en supplies voor Politie Nederland, waarbij eiseres inschreef op perceel 2 en 3. Na een elektronische veiling bleek eiseres niet als economisch meest voordelige inschrijver uit de bus te komen, waarna gedaagde voornemens was de opdracht aan Océ Nederland te gunnen.
Eiseres stelde dat gedaagde het transparantiebeginsel had geschonden omdat tijdens de veiling niet duidelijk was dat zij op een gedeelde eerste plaats stond. Dit was volgens haar niet zichtbaar door de kleurweergave op het computerscherm, wat in strijd is met artikel 57 lid 14 van Pro het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (Bao). Gedaagde voerde onder meer aan dat het hanteren van het initieel openingsbod als doorslaggevend criterium bij gelijke scores niet onrechtmatig was, mits vooraf kenbaar gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat het hanteren van het openingsbod als doorslaggevend criterium niet onrechtmatig was, maar dat gedaagde wel in strijd had gehandeld met het transparantiebeginsel. De kleurcodering op het scherm was onvoldoende duidelijk en gaf niet de mogelijkheid voor alle inschrijvers om hun exacte klassering te kennen. Hierdoor was de positie van eiseres als gedeelde eerste niet voldoende kenbaar gemaakt. De rechtbank verbood daarom gedaagde de opdracht aan Océ te gunnen en bepaalde dat de veiling opnieuw moest worden uitgevoerd voor perceel 3.
Uitkomst: Gedaagde is verboden de opdracht aan Océ te gunnen en moet perceel 3 opnieuw aanbesteden via een elektronische veiling.