ECLI:NL:RBSGR:2010:BL9374
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over weigering aanbod verblijfsvergunning op grond van WBV 2007/11 wegens niet-ontvankelijkheid bezwaar
Eiser maakte bezwaar tegen het niet doen van een aanbod voor een verblijfsvergunning op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet (WBV 2007/11). Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en wees het bezwaar later inhoudelijk af. De rechtbank oordeelt dat het bezwaar niet gericht was tegen een besluit of kenbare handeling, omdat het niet ambtshalve doen van een aanbod geen besluit is en geen ondubbelzinnige kenbare handeling vormde ten tijde van het bezwaar. Hierdoor was het bezwaar ten onrechte ontvankelijk verklaard.
De rechtbank stelt vast dat eiser sinds 1 april 2001 niet ononderbroken in Nederland verbleef, omdat hij in België een asielaanvraag indiende. Dit sluit volgens het beleid van WBV 2007/11 een verblijfsvergunning uit. Het betoog dat het beleid onduidelijk is en willekeur vertoont, wordt verworpen. Ook is geen bijzondere omstandigheid gebleken die afwijking van het beleid rechtvaardigt.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en verklaart het bezwaar van 31 maart 2008 niet-ontvankelijk. De rechtsgevolgen van het bestreden besluit blijven in stand voor zover het een beslissing op het bezwaar van 28 mei 2008 betreft. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bezwaar van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd.