ECLI:NL:RBSGR:2010:BL9067
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- M.Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot niet-aanhouding wegens vermeende reeds uitgezette vervangende hechtenis
Eiser is veroordeeld tot werkstraf en vervangende hechtenis wegens schuldheling en tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens mensenhandel. Hij heeft meerdere periodes voorlopige hechtenis doorgebracht en stelt dat hij de vervangende hechtenis van 22 dagen reeds heeft ondergaan, mede door verrekening met de voorlopige hechtenis. De Staat voert aan dat de vervangende hechtenis nog niet is uitgevoerd omdat deze straf niet wordt opgeteld bij de gevangenisstraf en dat de detentie op 14 december 2009 op grond van voorlopige hechtenis plaatsvond.
De voorzieningenrechter overweegt dat vrijheidsstraffen aaneensluitend worden uitgevoerd, maar vervangende hechtenis hierop een uitzondering vormt. Uit de feiten en registratiekaart blijkt dat eiser op 14 december 2009 in voorlopige hechtenis zat en niet voor de vervangende hechtenis. De stelling van eiser dat hij de vervangende hechtenis al heeft ondergaan wordt niet ondersteund door de feiten.
Verder wordt geoordeeld dat verrekening van te lang doorgebrachte voorlopige hechtenis met vervangende hechtenis uitsluitend door de strafrechter kan worden toegepast en niet door het openbaar ministerie of de voorzieningenrechter in kort geding. De vordering van eiser wordt daarom afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot niet-aanhouding wegens vermeende reeds uitgezette vervangende hechtenis wordt afgewezen.