ECLI:NL:RBSGR:2010:BL9038
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat uitzetting vreemdeling binnen redelijke termijn is voorbereid
Eiser, een vreemdeling van Russische nationaliteit, werd op 7 februari 2010 in bewaring gesteld. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en voerde aan dat de overheid onvoldoende voortvarend handelde bij zijn uitzetting, aangezien hij pas op 22 februari 2010 kon vertrekken terwijl zijn paspoort al op 7 februari was overgelegd.
De rechtbank overwoog dat het houden van het vertrekgesprek en het aanvragen van een vlucht op 12 februari 2010, de zesde dag van de bewaring, als voldoende voortvarende concrete uitzettingshandelingen moeten worden beschouwd. De termijn tot 22 februari werd gerechtvaardigd door de noodzaak om de Russische autoriteiten vijf werkdagen vooraf te informeren en de tijd die nodig is voor het verkrijgen van een vluchtakkoord.
Na beoordeling van de beroepsgronden concludeerde de rechtbank dat de vrijheidsontnemende maatregel rechtmatig en proportioneel was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Odink en griffier Kreb op 19 februari 2010.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.