ECLI:NL:RBSGR:2010:BL9026
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende belangenafweging openbare orde
Eiseres vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan om bij haar echtgenoot in Nederland te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af vanwege eerdere veroordelingen van eiseres voor winkeldiefstal, waarmee zij volgens het beleid een gevaar voor de openbare orde zou vormen. Verweerder maakte een belangenafweging op grond van artikel 3.77, vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, maar liet daarbij na de aard en ernst van de misdrijven en het risico op recidive mee te wegen.
De rechtbank oordeelde dat het besluit in strijd was met het evenredigheidsbeginsel van artikel 3:4 Awb Pro, omdat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met alle relevante belangen, waaronder de gezinsbanden en de omstandigheden van de echtgenoot in Nederland. Tevens was de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro onvoldoende gemotiveerd, omdat verweerder niet had ingegaan op de lichte aard van de misdrijven, de verstreken tijd sinds de feiten, en de persoonlijke situatie van de echtgenoot.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen met een juiste belangenafweging.